Waarom eten soms onweerstaanbaar is

Heb je je weleens voorgenomen om niet meer te snoepen? Hoe lang ging dat goed, totdat je een onweerstaanbare trek in iets lekkers kreeg?

Hoe vastberaden je ook bent om van de ongezonde snacks af te blijven, toch zul je merken dat het een behoorlijke uitdaging kan zijn. Waar komt die aantrekkingskracht van eten toch vandaan?

Om dat beter te begrijpen, moeten we eerst kijken naar hoe je lichaam honger en verzadiging regelt. Diep in je hersenen bevindt zich een regio die we de hypothalamus noemen. Daar komen allerlei honger- en verzadigingssignalen binnen en worden ze verwerkt. Bij honger speelt het hormoon ghreline een grote rol. Samen met signalen zoals die van een laag bloedglucose en een lege maag, zorgt het voor de afgifte van hongerstofjes in de hypothalamus. Je honger wordt opgewekt en je gaat eten.

Als je voldoende gegeten hebt, ontvangt de hypothalamus verzadigingssignalen van je maag, dunne darm en concentratie glucose in je bloed.

So far so good. Met dit regelsysteem zou je in principe precies eten wat je lichaam nodig heeft. Honger en verzadiging zijn wisselen elkaar af en zijn in balans.

Maar als we eerlijk zijn, moeten we toegeven dat we ook best vaak eten zonder dat we echt honger hebben. Chocola, koekjes of frietjes. Het lijkt wel alsof je daar van kan blijven eten, al heb je heus geen honger meer. Hoe zit dat?

In je hersenen bevindt zich een groepje cellen dat gezien wordt als een soort beloningscentrum. Al het plezier dat je bij eten ervaart, wordt hier opgewekt. Het is een cruciaal deel van je hersenen omdat het ervoor zorgt dat je bij honger ook daadwerkelijk op zoek gaat naar voedsel. Het is namelijk niet zozeer het eten zelf, maar het verlangen naar de beloning van eten dat je eetgedrag stuurt. Dat zie je heel goed terug in experimenten met dieren, die een bepaalde handeling moeten uitvoeren. Normaalgesproken doen de dieren dat als ze beloond worden met eten. Maar in onderzoeken naar de werking van het beloningscentrum, kregen de dieren geen echte snack maar elektrische stimulatie van dit hersengebiedje via elektroden. Wat zagen de onderzoekers? De dieren voerden braaf alle handelingen uit, omdat het ze net zo’n fijn gevoel gaf als het eten van een snack.

Het bijzondere aan het beloningscentrum is dat het alleen actief is als je honger hebt. Zodra je genoeg gegeten hebt, worden de neuronen in dit gebied gedeactiveerd. Je proeft dan nog steeds wel hoe alles smaakt, maar je ondervindt er geen plezier meer aan.

Maar dat beantwoordt nog steeds niet onze vraag. Als je beloningscentrum uit gaat als je vol zit, zou je namelijk niet méér eten dan je nodig hebt. Waar gaat het mis?

De grote valkuil zit in het feit dat ons gevoel voor verzadiging ‘sensorisch-specifiek’ is. Dat wil zeggen dat je vol kunt zitten van een bepaald type voedsel, maar nog steeds ruimte hebt voor iets anders. Denk maar aan een toetje na het eten, ook al zit je eigenlijk propvol. Het is weer een eigenschap van je lichaam die in de tijd van onze voorouders heel goed van pas kwam. De beschikbaarheid van voedsel was destijds niet zo voorspelbaar. Het was dus belangrijk dat ze alles konden eten wat er op dat moment aanwezig was.

Maar in onze samenleving is daar geen sprake van. Overal waar je komt, is er wel iets te eten. Op ieder moment van de dag word je aan eten herinnerd. Het resultaat? Je verzadiging blijft heel lang uit en je beloningscentrum blijft actief. Met andere woorden: je blijft het verlangen naar eten houden.

Als je probeert om met mate te eten, is het dus slim om zo min mogelijk eten om je heen te zien. Daar heb je buiten niet zoveel invloed op, maar zorg er in ieder geval voor dat je thuis alle ongezonde snacks uit het zicht houdt. Zet bijvoorbeeld chocola, koekjes, chips op de bovenste plank van je voorraadkast zodat je er niet gemakkelijk bij komt. Laat de gezonde items in je koelkast voorin, en de ongezonde verleidelijke snacks achterin. Alle beetjes helpen!

Photo by Robin Stickel on Unsplash