Mooi, lelijk, dik, dun. Je zelfbeeld is iets anders dan je daadwerkelijke uiterlijk

Hoe zou je je uiterlijk omschrijven? Waar ben je tevreden mee en waarmee juist niet? De manier waarop je jezelf ziet vormt samen met hoe belangrijk je je uiterlijk vindt, je lichaamsbeeld. Wanneer je een negatief lichaamsbeeld hebt, ben je erg bewust van je 'tekortkomingen' en vind je ze ook heel belangrijk. Onderzoek wijst uit dat een positief lichaamsbeeld belangrijk is bij afvallen. Dat klinkt nogal tegenstrijdig: je ontevredenheid motiveert je toch om door te zetten? Helaas blijkt dat in de praktijk anders te werken. Een negatief lichaamsbeeld geeft je stress. Die stress heeft impact op je gewicht, en maakt je tegelijkertijd minder goed bestand tegen eetverleidingen. Het is dus zaak om te werken aan een positief lichaamsbeeld, ongeacht je gewicht.


Maar hoe doe je dat? Je denkt misschien dat je dat pas kan, wanneer je afgevallen bent. Toch zijn er heel veel denkoefeningen waarmee je je eigenwaarde kan opschroeven. Je lichaamsbeeld is immers niet hetzelfde als je uiterlijk, maar een mix van allerlei gedachten over je spiegelbeeld. Die gedachten komen tot stand onder invloed van verschillende factoren, zoals je opvoeding en je omgeving. Waarom zou je niet wat bewuster stilstaan bij deze gedachten en ze omdenken als dat beter voor je is? Om dat te doen, moeten we eerst kijken naar hoe je lichaamsbeeld tot stand komt.


Vanaf een jaar of twee word je bewust van jezelf; je herkent jezelf bijvoorbeeld in de spiegel. Je lichaam helpt je om te begrijpen wie je bent. Alles wat buiten je lichaam is, maakt geen deel uit van jou. Kennis van je lichaam is op die leeftijd heel praktisch en objectief. Maar tegen de tijd dat je naar de kleuterklas gaat, heb je al geleerd om uiterlijke kenmerken te beoordelen als goed of slecht en mooi of lelijk. Dat leer je via boodschappen in allerlei verhalen en tekenfilms. Denk maar aan de mooie, lieve Assepoester en haar lelijke, gemene stiefzusters. En de boef wordt in de meeste tekenfilms getekend als een dikke, zwartharige man met stoppels. Zo leer je al op jonge leeftijd hoe je er wel en niet uit zou moeten zien. In de jaren daarna word je steeds meer geconfronteerd met het schoonheidsideaal. Bladen, films, reclames en social media geven je het idee dat je er op een bepaalde manier uit zou moeten zien.

Hoe je daarmee omgaat, wordt voor een groot deel bepaald door je opvoeding. Naast de expliciete instructies van je ouders over lichamelijke verzorging zoals tandenpoetsen en douchen, zijn er nog tal van andere boodschappen over uiterlijk die je ouders je meegeven. Als je bijvoorbeeld een moeder hebt die veel over haar uiterlijk klaagt, leer je dat je lichaam iets is om je zorgen over te maken. Of als je opgroeit in een gezin waar je broer of zus geprezen wordt om zijn of haar looks, associeer je uiterlijk misschien met succes en eer. Onbewust wordt zo je houding over uiterlijk gevormd: je leert wat mooi is en hoe belangrijk dat is. In een omgeving die de nadruk legt op vaardigheden of karakter, ontwikkel je een ander lichaamsbeeld dan in een omgeving waarin de aandacht naar uiterlijk gaat.


Bovendien speelt het gevoel van veiligheid binnen je familie een grote rol bij je weerbaarheid, zelfs al is uiterlijk een belangrijk onderwerp. Als je in een liefdevolle omgeving met veilige hechting opgroeit, val je minder gemakkelijk ten prooi aan de druk om aan het schoonheidsideaal te voldoen. In een enquête werd aan 500 studenten gevraagd hoe blij ze waren met hun uiterlijk tijdens hun kindertijd en hun tienerjaren. Degenen met een positief lichaamsbeeld mochten de factoren opnoemen die daaraan hadden bijgedragen. Slechts een klein deel van de redenen hadden te maken met fysieke kenmerken. De steun en acceptatie uit hun omgeving hadden een veel sterkere bijdrage geleverd aan hun zelfbeeld.


Je familie heeft dus in de vroege kinderjaren een grote invloed op hoe je jezelf ziet.

In de jaren daarna worden je leeftijdsgenoten belangrijker. Ze kunnen een negatieve of positieve invloed op je lichaamsbeeld uitoefenen. Een bekend, extreem voorbeeld is pesten. Het kan diepe littekens veroorzaken en zelfs een blijvend effect hebben op je lichaamsbeeld. Onderzoek toont aan dat wel 65% van de mensen die vroeger gepest werden, nog steeds een beschadigd lichaamsbeeld heeft. Van de volwassenen die ontevreden zijn over lichaam, kunnen de meesten zich vaak situaties uit hun kindertijd herinneren waarin ze gepest werden om hun uiterlijk. Mildere vormen van invloed komen natuurlijk ook voor. Zo oefenen leeftijdsgenoten invloed uit op je lichaamsbeeld wanneer ze het simpelweg vaak over uiterlijk hebben. Vooral onder meisjes zijn gewicht en diëten terugkerende gespreksonderwerpen. Dit kan de ontevredenheid versterken.


Ook als volwassene wordt je lichaamsbeeld continu bijgesteld door de mening van je leeftijdsgenoten. Als je bijvoorbeeld complimenten en acceptatie uit je omgeving ontvangt, ontwikkel je een positiever beeld van jezelf. Vooral de positieve mening van je partner maakt veel goed, omdat je geneigd bent om het te zien als een betrouwbaar oordeel.

Samengevat, heeft de manier waarop je je zelf ziet, meer te maken met de bril waarmee je kijkt dan met je daadwerkelijke uiterlijk. Je omgeving speelt daar een grote rol in. Ten eerste beïnvloed het je mening over wat wel en niet mooi is. Ten tweede bepaalt je omgeving ook in grote mate hoe belangrijk je je uiterlijk vindt.


Nu je ziet dat je zelfbeeld vooral gevormd wordt door invloeden uit je omgeving en slechts voor een (klein) deel bepaald wordt door je uiterlijk, kun je ervoor kiezen om je gedachten bij te stellen. Je kunt als het om je lichaamsbeeld gaat, wat meer zelfcompassie hebben. Dat kost natuurlijk wel wat training, maar als je er een gewoonte van maakt om opbouwende gedachten te hebben in plaats van negatieve, kom je een heel eind. Meer daarover in de volgende post.


Photo by Betty Rotaru on Unsplash