Aanleg om dik te worden: fabel of feit?

Aanleg om dik te worden. Bestaat dat echt of is het een smoesje van mensen die te zwak zijn om op hun eet- en beweegpatroon te letten? Als je kijkt naar hoe er in onze samenleving wordt gesproken over overgewicht, zou je denken dat de meesten ervan overtuigd zijn dat het je eigen schuld is. “Gewoon meer bewegen en minder eten. Kijk maar naar …. (vul naam klasgenoot, zus, nicht in). Doe wat zij doet, en je zult afvallen.”


Maar hersenonderzoek laat zien dat het wat gecompliceerder ligt. Zoals al in een andere blog post genoemd, is er een gebiedje in je hersenen dat als een beloningscentrum werkt. Daar ondervind je het plezier van onder andere eten. Door onze omgeving die vol met eetprikkels is, blijft ons beloningscentrum langer actief. Het gevolg is dat in plaats van honger, het verlangen naar een prettig gevoel de voornaamste reden wordt om te eten. Voor sommigen is dat geen groot probleem. Ze nemen zich voor om met mate te eten, en het lukt ze. Knap? Onderzoek wijst uit dat de activiteit van het beloningscentrum per persoon verschilt. Bij de een is het erg sterk, bij de ander wat zwakker. Je begrijpt dat als je een sterk beloningscentrum hebt, de verleiding om te eten een stuk groter is.


En het vervelende is dat je beloningscentrum waarschijnlijk nooit afzwakt. Dat werd getoond met een onderzoek waarin twee groepen deelnemers met elkaar werden vergeleken. De ene groep bestond uit mensen die altijd een gezond gewicht hadden gehad. De andere groep bestond uit mensen met ernstig overgewicht die 8-10% van hun lichaamsgewicht hadden verloren en nu ongeveer twee maanden op een stabiel gewicht waren gebleven. De deelnemers kregen plaatjes van lekkernijen te zien terwijl de activiteit in hun beloningscentrum gemeten werd. Dit gebeurde in twee verschillende periodes. Gedurende de normale periode was hun voedselinname afgestemd op wat ze daadwerkelijk verbruikten. Tijdens de zogenaamde ‘overvoed’ periode moesten ze 30% meer dan nodig eten. Bij de mensen met een normaal gewicht was er een duidelijk verschil in activiteit tussen de overvoedperiode en de normale periode. Tijdens de overvoedperiode hadden de lekkernijen minder impact op de hersenen. Dat was wat de onderzoekers verwacht hadden. Wanneer je meer energie binnenkrijgt dan nodig, zorgt je lichaam ervoor dat je je minder aangetrokken voelt tot voedsel. Het is weer een beschermingsmechanisme van je lichaam dat ervoor zorgt dat je niet meer eet dan je nodig hebt. Maar wat denk je dat er gebeurde in de groep van de mensen die waren afgevallen? In deze groep zagen de onderzoekers dat het beloningscentrum onverminderd actief bleef. Plaatjes van smakelijk eten bleven tijdens de overvoedperiode net zo aantrekkelijk als tijdens de normale periode. Deze participanten moesten het dus zonder beschermingsmechanisme stellen. Waar het voor je slanke buurmeisje, nichtje of zus heel vanzelfsprekend is om te minderen, kan het zijn dat dit natuurlijke gevoel bij jou uitblijft. Dat betekent dat het je extra veel moeite zal kosten om op streefgewicht te komen en te blijven.


Wat te doen met deze informatie? Allereerst helpt het je bij het besef dat je je niet schuldig of beschaamd te voelen voor overtollige kilo’s. Maar voordat je in een slachtofferrol valt: je bent de enige die verandering kan brengen in je gewicht. Je kunt het vergelijken met dyslexie. Zou je jezelf daar de schuld van geven? Nee natuurlijk niet! Maar je zou wel begrijpen dat je extra hard zou moeten werken om de rest van je studiegenoten of collega’s bij te kunnen benen. Als je dat doet, bereik net je net zoveel of meer als een ander. Denk maar aan Thomas Edison, Bill Gates en Albert Einstein. Alle drie staan ze in het rijtje van succesvolle mensen met dyslexie. Zo is het ook met je gewicht. Het is voor jou misschien veel zwaarder om de verleiding te weerstaan, maar met een goede aanpak kun je je streefgewicht bereiken.


Wat is de juiste methode? Als je voor de rest van je leven te maken zult hebben met verleidingen, is het belangrijk om jezelf mentaal te trainen. Je leest meer over hoe je dat doet, in de volgende blog post.



Photo by Siora Photography on Unsplash